Onze samenleving wordt met de dag drukker en complexer. Daardoor zijn er steeds meer kinderen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben. Veel kinderen kunnen dankzij die extra aandacht gewoon naar de basisschool. Andere kinderen krijgen betere ontwikkelingskansen in het speciaal onderwijs. Het nieuwe overheidsbeleid is erop gericht dat voor elk kind de kansen op de beste ontwikkeling centraal staan. Dus niet kijken naar de problemen, maar naar de mogelijkheden!
Onderwijskansenbeleid
Dat betekent ‘onderwijskansenbeleid’ met passend onderwijs voor ieder kind. Maatwerk dus. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar waar een kind de beste kansen heeft: op een reguliere school met extra aandacht of in het speciaal onderwijs. Waar de juiste specialisten de ideale omgeving creëren om een kind de beste leerloopbaan te bieden. Dat kunnen leerkrachten niet alleen. Dat moeten ze samen met ouders en professionele deskundigen doen.

Regionale netwerken
Regionale netwerken zijn een belangrijk onderdeel van passend onderwijs. Die moeten alle leerlingen een passend onderwijszorgaanbod bieden. Dit gaat wachtlijsten en thuiszitters tegen en verbetert de onderwijskwaliteit. Er wordt dus een heel nieuw stelsel ontwikkeld. Uitgangspunt is het verbinden van bestaande structuren: de wsns-samenwerkingsverbanden in het po worden verbonden met de samenwerkingsverbanden voor vo en met de rec’s voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4. In 2011 moet er een landelijk dekkende structuur van regionale netwerken zijn, het jaar waarin de Wet Passend Onderwijs in werking zal treden.
Maatwerk
De regionale netwerken krijgen ruimte om een continuüm in te richten waarmee het maatwerk voor individuele leerlingen gerealiseerd kan worden. Uitgangspunt daarbij is dat het kind centraal staat en niet het (bestaande) aanbod. Naast het ontwikkelen van een continuüm binnen een regionaal netwerk is het voor het daadwerkelijk realiseren van een passend onderwijszorgaanbod voor alle leerlingen essentieel dat ook scholen en leerkrachten weten hoe zij het onderwijsaanbod (vroegtijdig) kunnen aanpassen als de ontwikkeling van een leerling stagneert, welke ondersteuning zij voor die leerlingen nodig hebben en in kunnen zetten, etc. Daarvoor is het bieden van vrijheid bij de organisatie van het onderwijs op maat (deregulering) van belang. Budgetfinanciering biedt die vrijheid. Al met al betekent bovenstaande dat invulling wordt gegeven aan de zorgplicht die schoolbesturen de verantwoordelijkheid geeft om voor alle (zorg)leerlingen een passend onderwijszorgaanbod te bieden.